‘Buitenlandse honden zijn echt anders dan Nederlandse’

Honden opvangen is dankbaar werk. Pieternel vangt met verschillende stichtingen verwaarloosde honden op uit het buitenland. ‘Het is fantastisch wat iets simpels als aandacht kan betekenen voor deze honden.’

Opgesloten in een hokje van één bij één of naarstig op zoek naar eten in de straten van een grote stad. Miljoenen honden hebben dit uitzichtloze leven. ‘Gelukkig zijn er stichtingen die zich hiervoor inzetten en de honden een nieuw baasje geven,’ vertelt Pieternel die sinds 2008 honden uit het buitenland opvangt.

Typische honden

‘Buitenlandse honden zijn niet te vergelijken met Nederlandse honden. Het zijn honden met een verhaal, waar niemand vaak echt van weet hoe dat verhaal precies is gegaan. Ze leefden vaak voor lange tijd in een soort van overlevingsmodus en waren totaal op zichzelf aangewezen. Dat zie je duidelijk in de houding van de hond en hoe ze op je reageren. Soms schieten ze al weg bij een kleine stemverheffing. Ze zijn eigenwijs en weten goed wat ze willen. Zo’n hond jou weer laten vertrouwen en structuur geven is daarom soms best lastig. Maar als de klik er eenmaal is, krijg je er enorm veel voor terug.’

Eervol werk

Met stichtingen als Abandoned Pets Foundation, Sphoek, Second Chance Foundation en Dutch adoptions, zorgde Pieternel al voor tientallen honden. ‘Wij wonen aan de rand van de bossen van Nijmegen en hebben alle ruimte. Op het moment hebben mijn man en ik nog vier honden, waarvan drie uit het buitenland. Charlie een Spaanse spaniël uit Spanje, cocker spaniël Bella uit Spanje en Kanjer uit Portugal. Kanjer is echt een bijzondere hond. Hij is zwart, grijs, bruin en wit en heeft twee verschillende oogkleuren; iets wat je vaak ziet bij honden met meer dan drie kleuren.’

‘Honden uit het buitenland opvangen is enorm eervol werk. Het is fantastisch om een ‘verloren’ hond hier weer op te zien bloeien en te beseffen dat jij daarvoor zorgde. Je zou kunnen denken: waarom zoek je het niet dichterbij huis, met de honden in de Nederlandse asielen? Tsja, ook in Nederland zitten veel honden in het asiel. Ik vind dat deze honden het toch veel beter hebben: ze komen veel sneller in een asiel en krijgen daar voer en een dak boven hun hoofd. Anders dan de honden in Nederlandse asielen zijn buitenlandse asielhonden vaak ‘honden van de straat’.

Niets aangeleerd

‘De meeste honden uit het buitenland kunnen niets. Ze weten hoe ze voor zichzelf moeten zorgen, maar commando’s als ‘zit’ en ‘af’ kennen ze niet. Ik leer ze dat bewust ook niet aan. Ik vind dat een hond gewoon hond moet zijn en daar horen die trucjes niet bij. Het is een misverstand om te denken dat je het jezelf daarmee moeilijk maakt. Mijn ervaring is dat de honden juist erg naar mijn lichaamstaal kijken en ik ze daar wel mee kan laten zien of iets wel of niet mag.’

Naar een goed thuis

‘Het idee is dat ik de honden opvang en weer socialiseer, waarna ze door kunnen naar een goed thuis. Toch kon ik niet van alle honden afscheid nemen. Rooie bijvoorbeeld. Zij kwam uit Portugal en was eerst erg moeilijk, maar toen we elkaar beter leren kennen en ik ontdekte dat ze verlatingsangst had, ging het veel beter. Ze werd onderdeel van het gezin.’

Vrijwilligerswerk

Het opvangen is een vrijwilligerswerk. De kosten die je maakt qua voer zijn dus voor jezelf. Helemaal niet erg, want we doen dit voor de honden en niet voor het geld. Een nieuw baasje moet wel gewoon aan de stichting een adoptieprijs betalen voor de hond. Dat geld is bedoeld om de hond reisklaar te maken. Denk aan gezondheidsverklaringen, sterilisatie/castratie en transport. ‘Wij vinden het belangrijk dat stichtingen, naast het adopteren, ook een programma hebben om het hondenprobleem in het land van herkomst te verbeteren. Bijvoorbeeld door een sterilisatie-of castratie programma.’ Het geld wat overblijft wordt gebruikt voor voer en verbetering van de opvang ter plaatse. Verder gaat alles hetzelfde als bij een andere hond. Alleen heeft deze een bijzonder verhaal.